AMSTERDAM - Meer steun en een sterkere positie voor politiecollega’s, met ruimte om te leren voor iedereen. Korpsleiding, medezeggenschap en politievakbonden hebben hierover afspraken gemaakt naar aanleiding van de 1.700 brieven. Korpschef Janny Knol: ‘De verbeteringen komen voort uit de gesprekken die wij de afgelopen tijd in het hele land met collega’s hebben gevoerd. Er zijn dingen fout gegaan, maar ik ben blij hoe we met elkaar de weg vooruit hebben gevonden.’
Gezamenlijk actieplan
De korpsleiding heeft sinds maart in alle eenheden informele en persoonlijke gesprekken gevoerd in aanwezigheid van vakbonden en medezeggenschap. Honderden politiecollega’s maakten gebruik van deze mogelijkheid. In de gesprekken ging het over het proces rond de 1.700 brieven, maar ook over andere voorbeelden waarin volgens medewerkers onvoldoende oog was voor hun perspectief. Omdat alle betrokkenen vinden dat verbetering nodig is, werken zij nu aan een gezamenlijk actieplan.
Janny Knol: ‘Politieoptreden ligt altijd onder een vergrootglas, iedereen vindt er wat van, maar collega’s voelen zich daarbij ook door de eigen organisatie niet altijd gesteund en gewaardeerd. Dit moet beter. Serieus omgaan met kritiek van buiten moet in balans zijn met de steun die collega’s binnen voelen. Dat zeg ik ook namens alle politiechefs.’
Patrick Fluyt van vakbond ACP: ‘De emotie van collega’s over het aangetaste vakmanschap is gehoord en zal vertaald worden naar concrete punten in het actieplan.’
Mahmut Kaptan van vakbond NPB vult aan dat ook met betrekking tot het raadplegen van systemen verbetering nodig is: ‘Het is voor collega’s niet altijd duidelijk wat er van hen wordt verwacht en wat is toegestaan. Het is belangrijk om collega’s te betrekken bij nieuwe richtlijnen, maar ook om te kijken naar autorisaties. Uitgangspunt is dat politiemensen toegang moeten houden tot de informatie die zij nodig hebben voor hun werk.’
Arvid Littwin, voorzitter van de Centrale Ondernemersraad: ‘Collega’s uit de operatie moeten eerder en vaker worden betrokken bij besluitvorming en communicatie en als klankbord worden ingezet. Daarnaast zijn er nieuwe afspraken nodig met een steviger positie voor de medezeggenschap in een strategisch partnerschap. De reconstructie en de opbrengst van de gesprekken met collega’s worden gebruikt als input voor het actieplan. Indien nodig wordt hiervoor nog extra informatie ingewonnen.’
Korpsleiding, bonden en Centrale Ondernemersraad hebben afgesproken om deze zomer samen te werken aan de concrete uitwerking van het actieplan.
Kamerbrief
In het proces rond de 1.700 brieven had iedereen het goede voor ogen, maar zijn er toch dingen niet goed gegaan. Dit beeld komt ook naar voren in de Kamerbrief die de minister van Justitie en Veiligheid vandaag verstuurde. Zo is er om goede redenen een onderzoek gestart naar het raadplegen van politiesystemen. Er waren concrete signalen over onterechte bevragingen en er was vertrouwelijke informatie over het onderzoek in de media beland. In de duiding van onderzoeksresultaten en het besluit over de opvolging, miste echter de aansluiting bij de praktijk van het politiewerk. Door het uitreiken van een brief in combinatie met de toon van de communicatie, voelden collega’s zich beschuldigd. De besluitvorming was op belangrijke momenten onduidelijk en niet altijd was helder wie waarvoor verantwoordelijk was.
Korpschef Janny Knol: ‘Het bevestigt dat we het in dit proces niet goed hebben gedaan. Dat heeft niet alleen veel collega’s geraakt, maar is ook uiterst pijnlijk voor de nabestaanden. Excuses waren en blijven op hun plek. Het is nooit onze bedoeling geweest om collega’s als schuldige aan te wijzen of te straffen. Helaas is dat beeld wel ontstaan. Ons eigenlijke doel, namelijk met elkaar het gesprek voeren over zorgvuldig omgaan met gevoelige informatie, hebben we onvoldoende bereikt.’
Omgaan met informatie
Het raadplegen, duiden en verwerken van informatie hoort bij goed politiewerk. Zorgvuldige omgang met informatie is cruciaal voor de legitimiteit van en het vertrouwen in de politie. Er zijn de afgelopen periode gesprekken gevoerd tussen leidinggevenden en medewerkers die een brief hebben ontvangen over de inzage in systemen. Het algemene beeld uit deze gesprekken is dat er een categorie medewerkers was waarbij de inzage goed uitlegbaar was. Er was een categorie waarbij de inzage minder goed uitlegbaar was of waar er bij de medewerker onduidelijkheid was over de regels. En er was een categorie waarbij de inzage onvoldoende uitlegbaar was. De eerste categorie was het grootste, de laatste het kleinst.
Inzien reconstructie
In de halfjaarbrief heeft de minister aangegeven dat Kamerleden de volledige reconstructie vertrouwelijk kunnen inzien. De tekst in de Kamerbrief geeft een goed beeld, maar omdat de korpsleiding het belangrijk vindt dat alle politiemedewerkers ook de volledige tekst kunnen lezen, wordt het voor hen mogelijk om – onder vergelijkbare voorwaarden als die gelden voor de Kamerleden – de reconstructie vertrouwelijk in te zien.