23
Fri, Aug
14 New Articles

Algemeen

Den Haag - Uit driejaarlijks onderzoek van de OESO (PISA-2015) blijkt dat Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs vergeleken met leerlingen in andere landen nog steeds bovengemiddeld presteren op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen.

Tegelijk zijn de resultaten op verschillende onderdelen en voor verschillende schoolsoorten iets achteruit gegaan. Vooral de neerwaartse trend die zich aftekent bij wiskunde op havo en vwo baart staatssecretaris Dekker zorgen. Ook een terugloop in de resultaten bij natuurwetenschappen op het vmbo roept vragen op en moet daarom goed onderzocht worden, zo stelt Dekker in een brief aan de Tweede Kamer.

Dekker: ‘Ook al gaat het om een lichte daling, we kunnen en mogen hier geen genoegen mee nemen. Het gaat hier immers om basisvaardigheden, vaardigheden die iedere jongere nodig heeft. Een welvarend land als Nederland moet beter kunnen.’

Wiskunde
Binnen de EU is Nederland op het gebied van wiskunde tweede (in OESO-perspectief zesde). Desondanks zijn de wiskundeprestaties van Nederlandse leerlingen op havo en vwo ten opzichte van de vorige meting licht achteruit gegaan. Omdat dit het afgelopen decennium steeds het geval was, kan inmiddels gesproken worden van een zorgelijke trend.

Leesvaardigheid
Op het gebied van lezen doen leerlingen in drie andere Europese landen het beter (in OESO-perspectief is Nederland zevende). Op havo en vwo blijven de prestaties van leerlingen op peil. In het vmbo zijn hun prestaties iets gedaald ten opzichte van de vorige meting, hoewel deze daling volgens de PISA-onderzoekers niet significant is.

Natuurwetenschappen
Binnen Europa doen alleen leerlingen in Estland en Finland het beter in natuurwetenschappen (in OESO-perspectief is Nederland vijfde). Wel zijn de prestaties op dit terrein in alle deelnemende landen – dus ook in Nederland – afgenomen. Die brede internationale beweging is inhoudelijk niet goed te verklaren. Alvorens hier consequenties aan kunnen worden verbonden, is beter onderzoek naar een mogelijke methodologische verklaring nodig.

Op zoek naar oorzaken
PISA geeft veel informatie, maar geen concrete oorzaken voor de gesignaleerde trends. Daarvoor is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Dekker zal de komende maanden dan ook met wetenschappers, leraren en beleidsmakers de gegevens van PISA beter analyseren om de oorzaken helder te krijgen. Aangezien de trend voor de hele OESO geldt, zal Nederland daarbij samen met andere landen optrekken. Vervolgens kunnen maatregelen geïdentificeerd worden die kunnen helpen de resultaten te verbeteren.

Daarbij is het een complicerende factor dat effecten van beleidswijzigingen in het onderwijs pas na geruime tijd zichtbaar zijn in de resultaten. Verschillende maatregelen die de afgelopen periode zijn genomen, zullen naar verwachting op termijn de prestaties van leerlingen verbeteren. Zo zijn referentieniveaus ingevoerd voor taal en rekenen, zijn de inhoud en examens van de bètavakken vernieuwd, is de kernvakkenregel ingevoerd en is geïnvesteerd in het techniekpact.

Leren van Azië
Dekker wil ook kijken naar de aanpak in Azië: ‘We vergelijken ons nu binnen PISA met name met andere Europese landen en de OESO. Aan PISA nemen echter steeds meer Aziatische steden en landen deel. Die gaan ons links en rechts voorbij. Het is mij te makkelijk om te zeggen: “hun aanpak past niet bij ons”.” We moeten bereid zijn van hen te leren.’

Voor de zomer van 2017 komt Dekker met de uitkomsten van het verdiepende onderzoek en zal dan ook aanvullende maatregelen voorstellen.